Geen woorden, maar data
Deze column verscheen in Tekstblad (2026, editie 3), tijdschrift over tekst en communicatie.
Weet je wat ik nou écht een rare afkorting vind? CMS. Het staat voor Content Management System. Stom toch? Content Publishing System (CPS) zou beter zijn. Een CMS is namelijk vooral handig om iets nieuws te maken: een blog, een pagina, een formulier, wat dan ook.
CPS klinkt logischer dan CMS, want content managen is niet sexy. Content maken wel. Ga maar na: deel je op LinkedIn dat je een nieuw artikel, interview, dossier of verzin wat leuks hebt? Dan krijg je reactie. Maar deel je dat je de website hebt opgeschoond en tig pagina’s weggooide? Dan denk ik eerder dat er een digitaal stofwolkje voorbij komt waaien.
Een CPS zou ook perfect passen bij een ander content-instrument: de inhaakkalender. Vaak de heilige graal in marketing- en communicatieland. Zodat we geregisseerd en georkestreerd tot steeds weer nieuwe content komen. Zoals een verse blog. Een gevatte post op social media. Een gepersonaliseerd mailtje met een bepaald thema.
Alsmaar maken en inhaken
Al dat maken en inhaken komt met een prijs. Feeds raken overmatig verzadigd. Websites klonteren dicht. En mails verdwijnen vaak ongelezen in archieven of de prullenbak. Misschien denk je nu: da’s toch niet zo erg? Maar het is een probleem.
Volgens de International Telecommunication Union draagt ‘digitaal’ al 1,5 tot 4% bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot. Ik verwacht dat dit percentage blijft stijgen, zeker met de explosieve toename van AI-gebruik. Uiteraard is dit niet het enige verontrustende cijfer. Verschillende websites melden, op basis van de IDC Global Datasphere Forecast, dat 90% van de data die nu online staat is gemaakt tussen 2021 en 2023. Ik herhaal: 90% van alle online data. In 2 jaar tijd. Krankzinnig.
Dat 90% van de data die nu online staat is gemaakt tussen 2021 en 2023, blijkt niet te kloppen. Als schrijver lijk ik in een zombie-statistiek te zijn getrapt, die al ergens bestaat sinds 2012-2013 en sindsdien telkens met een nieuw jaartal is aangepast en een eigen leven is gaan leiden. Daar wijzen althans meerdere websites op. Het maakt voor mijn punt niet veel uit (we produceren veel te veel data), maar deze rectificatie leek me wel op z’n plaats.
Verreweg het meeste van die data bestaat trouwens uit ‘dark data’: een soort digitaal wegwerpplastic. Al in 2016 stond in een rapport van Veritas Technologies dat 85% van de online bewaarde data nóóit gebruikt wordt. Denk aan socialmediaposts, bestanden in de cloud, complete mail-archieven en eindeloos veel webpagina’s. Nooit gebruikt of bezocht, maar wél de reden dat ontelbaar veel servers voor de kat z’n viool blijven draaien. Met een hoop CO2-uitstoot tot gevolg.
Het lijkt nu alsof ik met een beschuldigend vingertje sta, maar ik snap oprecht hoe het zo ver komt. Internet voelt als een oceaan waar je eindeloos veel in kwijt kunt. En in de wereld van het ongrijpbare online zie je eenmaal moeilijk wat de effecten zijn voor het aardse. Daarom vind ik initiatieven als Digital Cleanup Day goed. Om het probleem te benadrukken én een concreet startpunt aan te bieden: niet praten, maar doen. Digitaal grondig opruimen, eens per jaar.
Zou die nog op de inhaakkalender passen?