Open menu Sluit menu

Gemak wint, sust en vernietigt

Geplaatst op 30-09-2020, in Persoonlijke updates Laatste update: 14-10-2020

“How many people here trust Google?”

Er klinkt geroezemoes. Handen blijven omlaag.

“But how many people trust Google Maps to get you to your destination?”

Voorzichtig gelach. Handen gaan ongemakkelijk omhoog.

“Trust is in use”, klinkt het dan.

Op het podium staat Gerry McGovern. Hij is één van de sprekers bij de International Design in Government Conference in Rotterdam, in november 2019. “We trust what is used. We trust what is useful”, besluit hij zijn keynote.

Gemakzucht

Hoe langer ik over ‘trust’ nadenk, hoe meer ik twijfel. Is ons gebruik van digitale diensten en producten gebaseerd op vertrouwen? En dan ook echt welgemeend, weloverwogen vertrouwen?

Ik geloof er geen barst van. Het is eerder blind vertrouwen. Of onverschillig. Dat zeg ik schuldbewust over mijn eigen ‘trust in use’.

Vooropgesteld: digitale producten en diensten kunnen ons leven enorm veel makkelijker, efficiënter en leuker maken. Maar het venijn zit ‘m in de staart. En dat venijn heeft een naam: gemakzucht.

Gemakzucht kent een prijs en die betalen we collectief. In serieuze valuta: onze privacy, planeet en aandacht.

Privacy

We kunnen de Googles en Facebooks van deze wereld op hun woord geloven. Over dat ze waarde hechten aan onze privacy. Of dat ze onze data niet delen of combineren. En we zeggen vaak dat we ze niet geloven.

Maar het is niet voor niets dat McGovern aan zijn publiek in Rotterdam vroeg wie Google Maps gebruikt. Het is dezelfde reden waarom ik dit artikel uitwerk in Google Docs. Met tussendoor op de achtergrond het geluid van binnenkomende berichtjes op WhatsApp.

Gemak wint. En sust.

Een veelgehoorde bewering is dat als je niet betaalt voor het product, je waarschijnlijk zelf het product bent. Geen aangename boodschap, maar je hoeft mij niet te geloven.

Lees bijvoorbeeld het boek Je hebt wél iets te verbergen, van onderzoeksjournalisten Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn. Daarin leggen ze haarfijn uit waarom we privacy niet als individueel wisselgeld moeten zien.

Privacy is een fundamenteel mensenrecht. En het wordt ernstig bedreigd door technieken waar we amper weet van hebben. Om de banale en schrijnende reden dat privacy niet tastbaar genoeg voelt om het met hand en tand te verdedigen.

Of lees het boek Het internet is stuk, waarin internetpionier Marleen Stikker onderzoekt hoe het internet zorgwekkend veranderde. Van een baanbrekende, hoopgevende innovatie in de beginperiode. Tot een gigantische data-visvijver van grote, anonieme technologiebedrijven.

We hebben ongeremde datahonger. Niet alleen de grote corporates, wiens producten en diensten we dagelijks gebruiken. Ook wijzelf, omdat digitaal zo onuitputtelijk lijkt.

Zoals wel vaker: schijn bedriegt.

Planeet

Het is al wrang genoeg dat de datahonger ten koste gaat van onze privacy. Maar de enorme sh*tload aan data die dagelijks de wereld overgaat, heeft zelf ook van alles nodig. Een geavanceerde infrastructuur, met datacenters die ronken en roken. We leven inmiddels in een tijd die dystopisch klinkt: de Zettabyte Era.

Om je een idee te geven: een zettabyte is 1.000.000.000.000.000.000.000 bytes.

Het dataverbruik in de wereld groeit nog altijd. Door IoT-toepassingen (Internet of Things), de opmars van video en andere innovaties. En waarom ook niet? We zien de mogelijkheden. We eisen ze zelfs. Zoals een bekende telefoonprovider al zei in commercials: niet omdat het moet, maar omdat het kan.

“Digital is physical. Digital is not green. Digital costs the Earth”, vat McGovern (die van de keynote) samen. “We collect. We store. We create and then don’t use. Data is the atomic structure of digital. Words, music, images, films, videos, software. It all ends up as data. Most data is like single use, throwaway plastic.”

Hij schreef een boek over de gevolgen van datagebruik voor onze planeet: World Wide Waste. Het is een duizelingwekkend relaas, inclusief onderbouwing en deprimerende cijfers. (Gelukkig ook met aanbevelingen om bewuster met data om te gaan.)

Aandacht

Natuurlijk: het is logisch dat ik privacy en onze planeet benoem. Tegelijkertijd zijn het dooddoeners, je kúnt er gewoon niet tegen zijn. Dat maakt het veilig om het erover te hebben.

Ik moet het dus over die derde valuta hebben. Deze is veel minder makkelijk in cijfers en prognoses uit te drukken. Toch beïnvloedt het me overal. Van werkvloer en speeltuin tot in de slaapkamer aan toe.

Aandacht.

Digitaal kost bakken met onverdeelde, productieve en persoonlijke aandacht. Aandacht voor wat ik doe. Voor waar ik ben. En voor met wie ik me omring.

Het is even die notificatie checken. Even dat mailtje tussendoor. Even domweg scrollen. Het is even afleiden. Even vluchten. Even gemakzucht. Tijdens werk, in de speeltuin met de kinderen, op bezoek bij familie, of thuis op de bank.

Steeds vaker gevolgd door minder concentratie, ongemak en een akelig schuldgevoel. Dat kan en moet anders.

Eerlijke prijs

Privacy, planeet en aandacht: tot zover de valuta. Maar wat zegt dit onderaan de streep?

Het ligt nu misschien voor de hand dat ik heel cynisch eindig. Of alsof ik het licht heb gezien. Maar nee, ik eindig liever realistisch. Veel digitale producten en diensten zijn geweldig. Voor mijn werk of privé maak ik er graag gebruik van.

Digitaal helpt me aan kennis, contacten, vermaak en een inkomen. Al dit gemak dient de mens, maar gemak kent een prijs. En die betalen we allemaal.

De komende tijd wil ik kijken hoe digitaal mijn werk en privéleven vormt. Ik wil zien hoe het met mijn ‘trust in use’ is gesteld. En hoe het anders kan: met minder impact op privacy, planeet en aandacht.

Ik wil onderzoeken en experimenteren. En als het lukt: delen wat voor mij werkt. Tussendoor via social media. En hier, in blogs. Want het bloed kruipt waar het niet gaan kan…

…zeg ik hoopvol, als homo digitalis.

Foto Jeroen Schalk

Over Jeroen Schalk

Bij content gaat het niet om wat je maakt. Het gaat om wat het toevoegt. Zodat je het leven van mensen wat overzichtelijker maakt. Als contentspecialist draag ik daar graag aan bij. Ook in mijn blogs.